Het buitenlandbeleid van het VFL is in de eerste plaats een vertaalbeleid. In het vertalershuis verwelkomt het VFL vertalers van overal ter wereld die Nederlandstalige literatuur vertalen. VFL-directeur Carlo Van Baelen benadrukte dat de vertaalkwaliteit altijd bewaakt moet worden, ook in het belang van onze auteurs. In dat verband werkt het VFL nauw samen met het Expertisecentrum Literair Vertalen (ELV) en de verschillende vertaalopleidingen in Vlaanderen en Nederland. De Lessius Hogeschool, het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (HIVT) en de Universiteit Antwerpen stellen hun bibliotheek ter beschikking van de vertalers.
De eerste vertaler die in het nieuwe vertalershuis verblijft, is de Italiaanse Franco Paris. Hij vertaalde meer dan 40 Nederlandstalige titels uit alle genres: van Bredero tot Hugo Claus en Paul Van Ostaijen. Paris was ook genomineerd voor de driejaarlijkse Cultuurprijs voor vertaling. ‘Vertalen kan je overal,' zei Paris, ‘maar de rol van een vertalershuis is ook om ontmoetingen tot stand te brengen. Een taal is levend, en als vertaler moet je kunnen baden in de cultuur.‘ De aanvragen om in het vertalershuis te komen werken stromen snel binnen.
Het vertalershuis is dus verhuisd van Leuven naar boekenstad Antwerpen. Volgens Philip Heylen, schepen van cultuur van de stad Antwerpen, biedt Antwerpen via de literatuur een open kijk op de wereld. Het vertalershuis bevestigt en versterkt deze openheid. Antwerpen Boekenstad zal jaarlijks €5.000 bijdragen aan de werking van het vertalershuis.
