In zijn dankwoord sprak Paul Bogaert ook zijn erkentelijkheid uit voor het Vlaams Fonds voor de Letteren dat hem door de toekenning van een werkbeurs in staat stelt tijd vrij te maken om aan zijn gedichten te werken.
De jury bestond uit Elke Brems (voorzitter), Piet Joostens, Xavier Roelens en Sieglinde Vanhaezebroeck. Een tekst gebaseerd op het juryverslag typeert Bogaerts bundel als volgt:
"In de dichtbundel 'de Slalom soft' kijkt Paul Bogaert naar onze samenleving in het 'gesloten, immense complex' van een subtropisch zwemparadijs, een verhitte stolp boven 'een deining van ledematen en vergadertechnieken'. Mensen verlangen naar het paradijs, maar dat verlangen resulteert in een oord van benauwdheid en banaliteit. Waar dan ook nog eens een ongeval gebeurt. De redder, de bewaker van het systeem in wie de zwemmers hun vertrouwen stellen, blijkt ook maar een mens te zijn. Zijn 'potsierlijke choreografie met het lange schepnet' kan een drenkeling niet redden. De regeltjes die de organisatie samen lijken te houden, helpen niet om overeind te blijven.
Met zijn vierde bundel bevestigt Paul Bogaert zijn groot talent. Met een fileermes legt hij het routineuze karakter van onze maatschappij bloot: de clichés in de taal, de oppervlakkige omgang, de schijnbare veiligheid van de stolp die we over onszelf hebben geplaatst. Hedendaagse angst, verlangen en controledwang: dat zijn de grote thema's van deze bundel. We herkennen ons eigen monotone leven en de dooddoeners waarmee we die toestand goedpraten.
Paul Bogaert klaagt geen wantoestanden aan vanuit de marge of een ivoren toren. Hij toont, van binnen uit, beide kanten van de medaille. Als lezer word je in een ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd. De dubbele ironie geeft je de kans om te relativeren, maar meteen word je met die relativeringsdwang geconfronteerd. De ondertoon is koel, maar aan de oppervlakte spettert het. Er is zweet en jeuk, er wordt gehijgd en gespuwd, geslikt en gewalgd. In het zwemparadijs zit de mens zijn medemens dichter op de huid dan hem lief is.
De taal van Bogaert is licht en speels. Hij verwijst naar Van Ostaijen en Goethe, maar put even vlot uit het jargon van brainstormende reclamejongens en holle massacommunicatie. Via zijn website en een live performance, met een inleider en twee acteurs, geeft hij die taal bovendien een extra leven en reikt hij nieuwe ingangen tot zijn poëzie aan. Daarnaast prijst de jury zowel de consistentie van 'de Slalom soft' als de plaats van de bundel in een steeds sterker wordend oeuvre."
> Meer informatie vindt u op de website van de cultuurprijzen...
