Vergeleken met de 'nulmeting' van 1992, het laatste onderzoek naar de sociaaleconomische situatie van literaire auteurs in Vlaanderen, kan er in 2011 een toegenomen professionalisering van de literaire sector worden opgetekend. Auteurs besteden meer tijd aan hun schrijven, kiezen voor voltijds auteurschap in het sociaal statuut van zelfstandige als hoofdberoep, en verbreden hun inkomsten uit verwante literaire activiteiten (lezingen, optredens, theater, schrijfopdrachten, …). De vergelijking leerde ook dat het aandeel van subsidies in het literaire inkomen is gestegen van ca. 16 % in 1992 naar ca. 20 % in 2011.
20 % van de auteurs kan van zijn pen leven, maar 80 % blijft aangewezen op andere, bijkomende inkomsten: inkomen van de partner (30 %), pensioen (21 %) en werk (51 %). Het literaire inkomen is opgebouwd uit royalty's en honoraria (ca. 30 %), subsidies (ca. 20 %), lezingen (ca. 18 %) en andere literaire inkomsten (workshops, leenrecht, reprografievergoeding, …). Opmerkelijk is dat het aandeel van het literaire inkomen in het gezinsinkomen voor 67 % van de ondervraagde auteurs slechts 10% of minder bedraagt. Bij maar 15 % van de auteurs bedraagt het literaire inkomen 50 % of meer van het gemiddelde maandelijkse gezinsinkomen.
Het meest aangenomen sociaal statuut is dat van zelfstandige in bijberoep (27 %). 16 % is zelfstandige in hoofdberoep, 20 % is gepensioneerd en de overige 37 % heeft een sociaal statuut als bediende, ambtenaar of leerkracht. Van de 57 % auteurs die een andere betaalde beroepsactiviteit uitoefent, is meer dan de helft ontevreden over de hoeveelheid tijd die rest om aan het schrijven te besteden.
Het onderzoek wordt de komende maanden op verschillende manieren voortgezet. De cijfers worden verder uitgediept door ze te splitsen naar deelcategorieën: bijvoorbeeld naar genre of naar leeftijd of naar jaar van debuteren. De resultaten van dit eerste deelrapport worden bovendien meegenomen in het sectoroverleg en een te organiseren bredere rondetafel waar ook andere partners bij betrokken worden. Eenzelfde onderzoek volgt voor de literaire vertalers, stripauteurs en illustratoren. Na afronding van het finale rapport in juni zullen de resultaten van dit deelonderzoek online raadpleegbaar gemaakt worden.
