Belevenissen van Vlaamse illustratoren in Barreiro (Portugal)

Thuis in Lissabon

 Op 3 februari 2007 hield de tentoonstelling ‘Buiten de lijntjes gekleurd' halt in het Portugese Barreiro, een stadje in de buurt van Lissabon. Samen met Els Aerts van het Vlaams Fonds voor de Letteren reisden Kristien Aertssen, An Candaele, Carll Cneut en ondergetekende naar Lissabon om de tentoonstelling voor te stellen. Het VFL koos voor illustratoren van wie al enkele boeken in het Portugees werden vertaald.

Portugese initiatiefnemers zijn het stadsbestuur van Barreiro en het door hun fascinatie voor prentenboeken gebeten echtpaar: chemieprofessor Eduardo Filipe en zijn vrouw Ju. Zij zetten zich al vele jaren in voor het plaatselijke cultureel centrum. Het is hun ambitie om van Barreiro een wervelend Europees centrum voor illustratoren te maken.


Carll Cneut is voor het echtpaar Filipe al lang geen onbekende meer, enkele jaren geleden kwamen ze speciaal naar Vlaanderen om de originelen van zijn werk te bewonderen. In 2005 richtten ze een grote tentoonstelling in Barreiro in rond Heksenfee (auteur: Brigitte Minne) en andere verhalen van Cneut, en in datzelfde jaar zetelde Carll Cneut samen met Kveta Pacovska in een jury voor de Bienal Internacional de Ilustração para a Infância. Voor deze tweejaarlijkse prijs worden uit inzendingen uit de hele wereld 50 illustratoren en een winnaar geselecteerd. Rond de uitverkorenen wordt een tentoonstelling ingericht waarvan de winnaar het stralende middelpunt is. Behalve de winnaar worden nog twee illustratoren in de schijnwerper gezet. Isabelle Vandenabeele kreeg een special mention voor haar illustraties in Mijn schaduw en ik (auteur: Pieter van Oudheusden). De Vlaamse illustratoren waren dus al lang geen illustere onbekenden meer in het kleine Barreiro. Studenten uit Lissabon en omstreken schreven zich dan ook enthousiast in voor de workshops van Aertssen, Candaele en Cneut.


Het respect en de bewondering die de Filipes hebben voor mooie illustraties vielen meteen op bij het betreden van de expositieruimte. De werken kwamen prachtig tot hun recht in een sobere, intieme en toch ruime toonzaal. De vele genodigden, onder wie de Belgische consul, waren vol lof voor het illustratiewerk, dat ook buiten de context van het boek bekoorde en beroerde. Kinderen en volwassenen genoten samen van het werk van Guido van Genechten, Tom Schamp, Sabien Clement, en alle anderen.


Susana Santos van de Portugese uitgeverij Kual - zij vertaalde werk van onder meer Kristien Aertssen, An Candaele en Carll Cneut - juichte het initiatief toe. ‘Vlaamse illustratoren hebben een unieke beeldtaal', zei ze. ‘Hoe meer je over hun werk weet, hoe beter je de schoonheid en rijkdom ervan ziet. Een initiatief als dit stimuleert lezers om in de prenten en in de boeken rond te dwalen.' Ook het feit dat de illustratoren workshops gaven, vond ze een gelukkige zaak. ‘De studenten van vandaag zijn de illustratoren van morgen, contact met gerenommeerde illustratoren voedt hun kennis en belangstelling'.


Het genoegen was geheel wederzijds. ‘Zo'n workshop is gewoon heerlijk om te doen', vond An Candaele. ‘En misschien is het zelfs zinvoller dan praten over je werk. Ook met anderstaligen is er een dialoog mogelijk over lijn, kleur en vorm... Het moeilijkste én tegelijkertijd het boeiendste was om dat gesprek rond te krijgen binnen de opgelegde twee uren. Je moest echt opletten dat alle studenten individuele aandacht kregen en dat stijl, techniek en beeldtaal evenwichtig aan bod kwamen. In sommige gevallen waren de resultaten echt spectaculair. Dat doet deugd hoor, dat je op zo'n korte tijd mensen iets hebt kunnen bijbrengen, dat je hun even op een andere manier hebt laten kijken.'
Een uitspraak die Kristien Aertssen en Carll Cneut volmondig beaamden. ‘Deze studenten zijn niet alleen onze collega-illustratoren van morgen', aldus Carll Cneut. ‘Zij zullen in de toekomst ook les of workshops geven. En hoe meer ze geproefd hebben van het werk van hun buitenlandse collega's, hoe meer zinvolle dingen ze daarover kunnen vertellen. Ik ondervind dat vaak de studenten van een of andere kunstacademie of collega-illustratoren mijn werk het eerst opmerken. Niet zelden maken ze uitgevers in hun land warm voor een vertaling.'


Na de workshops volgde nog een panelgesprek. Er werd ingegaan op het werk van de aanwezige illustratoren en hun collega's en op hun positie in het buitenland. De perceptie van het lezerspubliek uit verschillende landen en culturen werd vergeleken. Belangrijke vaststelling was dat het werk van Vlaamse illustratoren vooral zuidwaarts goed gelezen en erg gewaardeerd wordt met vele vertalingen in Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal. ‘Ik vermoed dat men zuidwaarts van de decoratieve accenten in ons werk houdt', merkte Carll Cneut op. ‘En van ons vermogen om in één beeld een heel verhaal te vertellen.' Kristien Aertssen merkte op dat ook de kindvisie een belangrijke rol speelt: ‘In de Verenigde Staten vinden ze mijn boek Een haas in maart (auteur: Pieter van Oudheusden) een gewaagd verhaal. De haas zweeft op het einde met zijn geliefde het verhaal uit. Een Amerikaanse uitgever vond die scène te seksueel geladen; de omhelzing en het zweven suggereerden volgens haar dat de twee hazen weldra seks zouden hebben en dat zou volwassenen kunnen choqueren.'
Achteraf werd er bij een drankje en een hapje in het Frans, Engels, Portugees en Nederlands nagepraat over culturele verschillen, angst en vooroordelen, en ook over het vermogen van kunst in het algemeen en literatuur in het bijzonder om die verschillen te overbruggen.


Marita Vermeulen

 Foto Barreiro 1

Foto Barreiro 2

Foto Barreiro 3

Foto Barreiro 4

Foto Barreiro 5

Foto Barreiro 6


Vorige Volgende Afdrukken Link doorsturen